Het vliegtuigje

Gisteren was een bewogen dag. Niet omdat we veel bewogen, dat ook, maar vooral door wat zich afspeelde vanaf een uur of vijf in de namiddag. Reizen is leren maar betekent soms ook verrast worden, moeten improviseren, en noodoplossingen bedenken. Lijkt bijna op werken 🤔

De dag begon nochtans normaal met ons afscheid van het koppel dat het kleine hotel openhoudt waar we de laatste drie nachten verbleven. Ik at nog één keer de magnifieke ‘Oeufs brouillés’ van Christophe en we luisterden nog één keer naar de onbedaarlijke lach van Marina. ‘Trois minutes! WHAHAHAHAH’ waarbij we niet vergaten terug te deinzen om haar molenwiekende armen te ontwijken.

We lieten ze wuivend achter en vertrokken naar een andere regio waarvan de toeristische strijdkreet ‘Oh my Lot!’ is. De Lot dus. Na een stop in Cahors, waar alle handelaars samengezworen hadden om gezamenlijk op maandag te sluiten, besloten we om al enkele highlights te bezichtigen omdat we toch pas om 17u konden inchecken in het volgende hotel.

De overblijfselen van het fort in Penne, dat elk moment van die rots leek te kunnen donderden, deed ons grappig genoeg denken aan de sluistoren in ons eigen Weerde.

Het volgende dorp, Bruniquel, was mooi, maar daar bleef het bij, dus op naar Cordes sur Ciel, waar ons hotel zich bevond. Zoals gewoonlijk gingen we eerst op culinaire verkenning en daarvoor moesten we een helling beklimmen waar Evenepoel en Van Aert best eens zouden komen trainen.

Bovendien was het een maat voor niets. Geen enkel restaurant was open. Teleurgesteld begaven we ons naar het hotel (eerder chambre d’Hôtes) en we wisten direct dat er stront aan de knikker was, vergeef me deze uitdrukking.
Een binnenplein waar geen enkele auto stond. Een gesloten deur zonder bel. Een antwoordapparaat toen ik opbelde. Uiteindelijk daagde gelukkig een vrouw op die de reservering niet had gezien en die ons binnen leidde in een gigantisch oud huis waarvan ze enkele muffe kamers verhuurde. Niet ons ding en bovendien was het restaurant ook dicht. We kwamen overeen om de reservatie te annuleren en even later stonden we op straat. Op een maandag om 17u15, zonder hotel.

Via de website van Logis hotels vond mijn creatieve teergeliefde een tweesterren hotelletje dat nog een kamer vrij had, in de buurt van de grote stad Albi. Nadat we de files getrotseerd hadden, en op de wegwijzer naar de locatie van het hotel een vliegtuigje zagen staan en de ‘Bar de L’aviation voorbijreden, vreesden we het ergste. Ja hoor, dichtbij een klein vliegveld.

Maar alles komt altijd goed. Het hotel stond weliswaar naast groezelige magazijnen in een achterafstraatje maar we werden zeer hartelijk ontvangen en het belangrijkste van al op deze hete dag was dat er airco in de kamer was én dat we eten hadden, zelfs al was het maar een stuk kalkoen met kaas (ceci n’est pas du purée).

Tot morgen!

Morgen: Niets gevonden?

Plaats een reactie