4000 kilometer cruisen en op 11 verschillende plaatsen overnachten in en rond Italië. Dat is wat mijn teergeliefde en ikzelf als doel hebben voor de rest van de maand juli in dit gezegende jaar 2016.
Gisteren zijn we goedgeluimd op reis vertrokken maar natuurlijk twee uur later dan voorzien. Wat is toch die rare tik van vrouwen die willen dat het huis er tip top bij ligt wanneer we er lange tijd niet zijn? Wie ziet dat? Niemand toch?
Maar goed, wij weg richting zuiden, de auto volgeladen met haar schoenen en in een hoekje ook enkele kledingstukken. De rit is voorspoedig verlopen, het enige dat ik er van zal onthouden is het zalige dutje toen het haar beurt was om te rijden en ze niet langer uit volle borst(en) meezong met die oude maar goede CD van Seal ( Human Being).
Rond 16u zijn we aangekomen in onze tussenstop, een aangename stad waar het wemelt van de vakwerkhuizen en waar één bepaalde wijk als een ware toeristenmagneet fungeert. Het is daar dat zelfs de Japanners eelt op hun vingers krijgen van het veelvuldig fotograferen van die bekende huizen met de typische balken bevestigd op hun gevels, huizen die dateren van lang geleden, zelfs uit de zestiende eeuw. Juist, Petite Venise in Colmar, in de Elzas.

Ik heb nog niet het geluk gehad om in Venetië te belanden maar ik kan nu al zeggen dat het hier waarschijnlijk maar een vage doordruk betreft van the real thing. Anderzijds, het glas Pinot Noir op een zonovergoten terrasje deed me die bedenking snel vergeten en alras was de wijk plots veel mooier en zag ik de bussen bejaarde toeristen met hun looprekjes niet meer rond strompelen.
En gisterenavond was het feest, geen culinaire hoogstandjes, maar gewoon brute kost, de lokale specialiteit van deze streek: Choucroute en Jambonneau!

Wat onze rit van vandaag naar Baveno, Lago Maggiore betreft: daarover straks meer.
Verkeersbord van de dag: “Bretelle fermée” wat het ook mag betekenen
Restaurant tip: Brasserie des Tanneurs in Colmar: no nonsens streekgerechten met een bediening á la Fawlty Towers









