De Rockende Beenhouwer

Vanochtend, na een ontbijt op een terras onder eeuwenoude bomen, en waarbij we bediend werden door een Italiaanse ober die volgens mij na zijn uren bijverdient als charmezanger en gezien zijn grijze haren vooral succes moet hebben in de lokale rusthuizen, zijn we vertrokken naar één van onze lievelingssteden in Toscane: Siena.

Om daar te geraken reden we door het wereldberoemde Toscaanse landschap dat ik ook wel eens de Italiaanse Provence noem omwille van de onmiskenbare overeenkomsten: de kronkelende smalle wegen die je door de weidse groene landschappen leiden, de luidruchtige krekels die je de hele tijd lijken te volgen als je door de mooie schaduwrijke dreven rijdt, de verzorgde dorpjes met hun gezellige marktjes en wijnproeverijen waar je gemakkelijk enkele uren kan doorbrengen.

En dat is toch ook vakantie nietwaar, meer doen dan alleen van hotel naar hotel rijden, van zwembad naar zwembad. Het is zelfs eens plezant om met opzet af te wijken van je planning, en dat is exact wat we daarnet gedaan hebben. We zagen op de autostrade naar Siena namelijk een afrit naar Greve in Chianti, een dorp waar we nog nooit geweest zijn, en in een impuls heb ik mijn richtingaanwijzer aangezet en zijn we er naartoe gereden. Om dan vast te stellen dat daar niets, maar dan ook niets te zien is.

Maar dat hoort er natuurlijk bij en gelukkig was het volgende dorpje op onze weg, Panzano in Chianti, dan weer wel leuk. Het is te zeggen, het werd pas leuk nadat we na lang zoeken meer dan een kilometer bergafwaarts eindelijk een parkeerplaats hadden gevonden en we in een loden hitte terug naar boven gestapt waren en nat bezweet aankwamen in de kleine dorpskern.

Daar was net een soort braderijtje aan de gang en toen we daar rondslenterden zagen we tot onze verbazing een massa volk bijeengepropt staan bij de lokale beenhouwer. Toen we niet begrijpend naderbij kwamen geloofden we onze oren niet, was dat nu niet ACDC dat daar tussen de bungelende worsten keihard uit de boxen schalde? 

We wrongen ons met enige moeite binnen en we werden onmiddellijk een glaasje Chianti aangeboden door de slagersjongen die rond liep met zo’n typische ronde Chianti fles met rieten mand, en dat allemaal om meer vlees te verkopen. Aan het blozende en lachende gezicht van vader beenhouwer en zijn bijna lege toonbank te zien werkte de originele verkoopstruuk alleszins naar behoren. Misschien een ideetje voor de slagers van bij ons? 

Om de hitte te ontvluchten zijn we iets gaan drinken in een alleraardigst cafeetje in het centrum dat met opzet verscholen ligt achter een muur van bloeiende Oleanders en op die manier slechts weinig toeristen over de vloer krijgt, maar dat was buiten ons gerekend. Als enige niet-Italianen zaten we tussen de dorpsbewoners en waanden we ons even echte trotters. Alleen jammer dat we geen jota verstonden van wat ze zeiden.

Een uurtje later zijn we na een mooie rit aangekomen in Siena waar we zoals voorzien onze avond doorgebracht hebben, en waar we bijna een nieuw record gevestigd hebben, maar daarover later meer!

Plaats een reactie