De zombie op het dak

Krijgen alle Italiaanse babies in deze streek pasta gevoederd van in de wieg? Je zou het beginnen te denken als je al die schattige dikke kindjes met worstenbeentjes- en armpjes ziet rondgereden worden in buggies waarvan het onderstel volgens mij verstevigd is met verschillende lagen staal.

Hun gewicht zou meteen ook hun zware voet kunnen verklaren in het verkeer, en wat hebben we daarvan in de buurt van Napels weer menig voorbeeld van mogen aanschouwen. 

Toen we stil stonden aan een verkeerslicht vlogen de grootste wrakken van auto’s, die in België nooit of te nimmer door de autokeuring zouden geraken, ons met huilende motor voorbij, niet alleen langs links, maar ook langs rechts en zelfs over de onverharde berm, waardoor ze een wolk stof deden opwaaien die natuurlijk op onze auto neerdaalde en waardoor we ons even in een zandstorm in de woestijn waanden. Ik denk dat de film Mad Max hier is opgenomen, gewoon zo, in het dagelijkse verkeer.

De dag was nochtans kalm begonnen met een rustige wandeling door Gaeta en we kwamen terecht in de smalle, koele steegjes die exact matchten met het beeld dat ik me gemaakt had van de straten in Napels en omstreken. 


Hoge huizen met groezelige gevels, smalle straatjes met vele identieke kleine groentewinkeltjes, oude vrouwtjes met een sjaaltje op hun hoofd die op een bankje zaten te staren, het klopte allemaal. En het ondergoed dat er aan elk huis ongegeneerd in al zijn glorie aan de balkons hangt is daar ook echt de gewoonte, ik zie het in mijn buurt nog niet direct gebeuren.

Van Gaeta was het maar zo’n 170 km tot Castellammare Di Stabia, dichtbij Pompeï, maar het was weer een rit die we niet snel zullen vergeten.

Toen we nog een tiental km moesten afleggen zagen we voor ons plots een enorme rookwolk opdoemen. Wij keken naar elkaar en dachten aan hetzelfde: de Vesuvius is wakker geworden, en net nu wij daar waren, het moet weer eens lukken! 

Maar direct daarna scheerden drie grote, in het rood en geel geschilderde vliegtuigen, zo laag over de autosnelweg  dat we de kleur van de ogen van de piloten konden zien. Even verderop openden ze synchroon hun luiken en loosden ze elk een enorme voorraad water. Toen begrepen we dat de beruchte vulkaan voorlopig nog rustig in slaap ligt en dat het om een bosbrand ging.

Bijna op bestemming aangekomen heeft de ouwe getrouwe gps ons dan door een achterwijk gestuurd die ondanks de heersende 33 graden Celsius ons toch koude rillingen bezorgde. De buurt was nog het best te vergelijken met hoe een stad er zou uitzien 50 jaar na een kernoorlog: geen mens op straat, leegstaande gebouwen overwoekerd met planten, opengescheurde vuilniszakken liggend in de straten. Ieder moment dacht ik een klap op het dak te horen van een zombie die in hinderlaag lag en die in ons een lekkere snack zag.

Zonder aarzelen heb ik ook voor één keer het gaspedaal tot op de vloer ingedrukt en mijn remmen totaal genegeerd. Na een kwartier bibberen reden we eindelijk de tuin van ons hotel in en konden we terug vrijuit ademen. Wat is zo’n autovakantie toch ontspannend!

Plaats een reactie