Stoffige tenen

Gisteren keken we naar het zakje met onze vuile was en ons beider mondhoeken gingen even naar beneden hangen. Het zakje kon weliswaar niet spreken maar toch zei het ons dat we halverwege onze Grand Tour waren, qua aantal dagen en aantal kilometers.

Maar niet getreurd, bij het ontbijt, nadat het spek en de eieren verorberd waren, beslisten we dat het tijd was voor een culturele uitstap en wat voor één: Pompeï. Iedereen kent wel de geschiedenis van die stad die in 79 na Christus geheel bedolven werd onder de as en de lava uitgespuwd door de vulkaan Vesuvius.

Ik weet dat voor veel mensen archeologische opgravingen slechts een hoop stenen zijn maar als je de geschiedschrijving even raadpleegt en je gaat het dan in het echt bekijken, laat het een diepe indruk na wat die arme mensen zo plots is overkomen. Zoals bijvoorbeeld de lijken van een moeder en haar dochter die in een innige omhelzing aangetroffen werden, beiden waren te laat om de fatale aswolk te ontvluchten, en ze zijn samen de dood ingegaan.


Na een korte maar wederom chaotische rit zagen we de ruïnes al van ver liggen. Aangezien een officiële parking daar blijkbaar niet bestaat, wat ons al lang niet meer verbaasde, zijn we er eentje opgereden die goed gelegen was aan de overkant van de site. Een oude man op een stoeltje rekende ons 10 EUR aan voor een hele dag en dat vonden we een normale prijs, zo dicht bij een grote bezienswaardigheid. Tot we later bij onze terugkeer merkten dat van het mannetje geen spoor meer te bekennen was en dat hij gewoon een touw had gespannen rond een deel van de parking van de Carrefour 😦

Na de gebruikelijke file Italian style aan de ingang bleek de opgegraven stad veel groter dan we gedacht hadden en in de hitte leken de afstanden nog langer. Gelukkig waren wij als ervaren reizigers op alles voorbereid. Ik was mijn pet vergeten, we hadden slechts één klein flesje water mee en we hadden sandalen aangetrokken met stoffige tenen als gevolg en duizend kleine steentjes die venijnig in onze zolen prikten. Tot overmaat van ramp had ik geen kaart van de opgravingen meegebracht waardoor ik bijna gescalpeerd werd door mijn teergeliefde toen ik haar dezelfde zware bergop tweemaal zwetend liet beklimmen. 

Nadat we het na een uur of vier voor bekeken hielden hebben we nog een poging gedaan om de stad Pompeï zelf te bezoeken. Maar al gauw werden we uit alle richtingen belaagd door scooters die rond ons hoofd zoemden als hardnekkige muggen en die zich als volleerde acrobaten handig tussen de vele auto’s slingerden en er bij wonder steeds in slaagden om ons op een haar te missen.

We zijn dus teruggekeerd naar het zwembad van ons hotel en dat was een betere keuze, zelfs toen we daar twee nieuwe pooltypes ontdekten: de babbelaar (een in zijn gsm te luid pratende zakenman die rond heel het zwembad ijsbeert en iedereen wakker maakt) en de snuiver (die heel dringend een zakdoek zou moeten gebruiken). Tot morgen!

Plaats een reactie