Het spook in de badkamer

Vanochtend werd ik abrupt gewekt door een verontrustend zinnetje dat mijn teergeliefde stilletjes zachtjes in mijn oor fluisterde.

Ik viel bijna van schrik uit mijn bed maar dat komt waarschijnlijk ook door wat ik gisterenavond, na een uitje in een teleurstellend Lucca ( zeer levendig maar kleiner en minder interessant dan we dachten) gelezen heb net voor het slapen gaan.

Ik heb toen namelijk de historiek opgezocht van de oude Villa La Principessa waar we nu overnachten en blijkt dat deze gebouwd is in 1530 door de toenmalige Lord of Lucca, een zekere legerkapitein Castracani, een huurling die zijn diensten aanbood aan wie het wou betalen, en duidelijk een vervaarlijk heerschap ( zie foto).


Die informatie, gecombineerd met de spookachtige indruk die het gebouw nalaat als je s’avonds door de gangen dwaalt, met de meest vreemde figuren afgebeeld op de versleten wandtapijten aan de muur, de rinkelende kristallen kroonluchters aan de hoge plafonds en de overal luid krakende vloeren, heeft er toe geleid dat ik, net voor ik mijn ogen sloot, er vast van overtuigd was dat de geest van die onverbiddelijke mercenair hier nog rond doolt.


Daarom was ik van de ene seconde op de andere klaarwakker door dat ene stilletjes uitgesproken zinnetje dat luidde: “het licht in de badkamer brandt, je had het toch uitgedaan?”

Ik was inderdaad 100% zeker dat ik dat gedaan had. Gedreven door een flinke stoot adrenaline ben ik dus direct opgestaan en ben ik geruisloos op mijn tenen naar het lichtschijnsel geslopen. Ondertussen dacht ik niet meer aan de geest van die oude Lord maar ging ik meer voor het scenario van een opportunistische gauwdief die onze kamer was binnengedrongen op zoek naar wat cash of juwelen.

Overtuigd van mijn mannelijk kunnen, en dus niet beseffend dat ik zo stijf was als een hark door de lange uren in de auto gisteren, heb ik tot drie geteld en ben ik de badkamer binnengestormd om zo optimaal te profiteren van het verrassingselement.

Tien seconden daarna lag ik weer in bed naast mijn teergeliefde die al terug zalig lag te dromen en ik nam het haar niet kwalijk dat ze het door de grote venster binnenvallende zonlicht verkeerdelijk had aanzien voor de kunstmatige verlichting.

Plaats een reactie