Gisteren stond er een heel korte rit op het programma, en als je ze culinair zou willen uitdrukken, reden we van Buffala Mozzarella naar Limoncello. Sorrento, de stad die bekend is voor dit fluogroene drankje, was onze nieuwe bestemming en is tevens de plaats waar het kompas is uitgevonden. En dat is een instrument dat mijn teergeliefde zeer goed zou kunnen gebruiken.
Hoeveel keer is zij deze vakantie al niet de verkeerde richting uitgegaan, te voet, met de auto, om het even. Gisterenochtend was het terug prijs toen we na het ontbijt naar onze kamer terugkeerden en ze de deur niet open kon krijgen. Na enig gemorrel met de sleutel en heftig trekken aan de klink hoorden we iemand binnen in de kamer “momento” roepen en pas dan beseften we dat zij in de lift op 2 geduwd had in plaats van op 3. We zijn weggevlucht als twee kinderen na belleke trek en eenmaal boven hebben we een slappe lach gekregen tot het pijn deed. De dag was weer goed begonnen.
Na nog een uurtje aan het zwembad reden we weg en lieten we de immer aanwezige geur van as, veroorzaakt door kleine bosbrandjes die spontaan overal ontstonden, achter ons. Ik vroeg mijn beeldige co-pilote om zich klaar te houden en veel foto’s te nemen want we zouden op een soort corniche zoals in Zuid Frankrijk rijden, met prachtige uitzichten op de kustdorpjes en de haventjes van de Sorrentino Rivièra. Woorden komen te kort om haar gezichtsuitdrukking te beschrijven wanneer we na de bocht in twee donkere tunnels van elk 6 km lang terechtkwamen.
Gelukkig kwamen we daarna terug in het stralende zonlicht en had ze vanaf dan alle tijd om haar taak uit te voeren door de lange file en door die gigantische twintigtonner net voor ons die zich moeizaam door de dorpjes worstelde.

In Sorrento aangekomen had ik al onmiddellijk spijt dat ik geen pot verf meegebracht had. Ons hotel was namelijk geschilderd in een vuile, ondefinieerbare groene kleur en dat zéér lang geleden. En het was niet het enige waar we mee geconfronteerd werden. Toen ik onder supervisie van de patron van het familale hotelletje de auto probeerde te parkeren op een veel te kleine parking, en ik zwetend zeker twintig keer moest maneuvreren, voelde ik me even terug op mijn rijexamen van zoveel jaren terug.
Toen we binnen waren stelden we vast dat de gang van het hotel simpelweg dienst deed als lobby. En de eerste hotelgasten die we daar ontwaarden waren veel te dikke Britse mannen met ontbloot bovenlijf en ontelbare tattoos. We zijn dan maar snel de stad ingevlucht en daar zijn we verdwaald in de smalle straten vol met souvenirwinkeltjes. Mijn teergeliefde heeft er wel de aankoop van haar leven gedaan: een waaier.
Toen de straatjes voor ons geen geheimen meer hadden hebben we getracht een boulevard te vinden die langs de kust liep, maar die was er gewoon niet. Bleek dat als je aan zee wou dineren je dus helemaal naar beneden moest afdalen en in het kleine vissershaventje aldaar een tafeltje proberen te veroveren in één van de typische visrestaurantjes.
Na nog een blik vanuit de hoogte op de inheemse bevolking die zich rot amuseert op steigers in de zee ( zie foto hieronder)

en die daarvoor met plezier 50 Eur per dag betalen voor 2 stoelen en een parasol, zijn we terug naar het hotel gegaan om nog even aan het zwembad uit te rusten van onze 15.000 stappen. En ja hoor, er lag een niet zo zeldzaam pooltype: de slaper met open mond. Tot morgen!









