29 jaar later

Gisteren was het moment aangebroken: de terugkeer naar Santorini, het eiland waar we al jaren de mooiste herinneringen aan koesterden. Kiki bracht ons naar de haven en een uur later zaten we in de buik van een van de grootste ferries in deze contreien: de Blue Star Delos. Nog eens twee uur later, bij aankomst in de oude haven van Santorini, voelde het een beetje aan als thuiskomen. De rit met de bus die zich via de opeenvolgende haarspeldbochten naar boven wrong tussen andere bussen, vrachtwagens en scooters die halsbrekende toeren uithaalden, was op zich al een belevenis, maar was niets vergeleken met wat we door het raam van de bus te zien kregen.

Na de gebruikelijke chaos aan de bushalte in de hoofdstad Fira, wandelden we rustig naar ons hotel, New Haroula. De keuze voor dit hotel was heel bewust. Negentwintig jaar geleden, bij ons allereerste verlof in Santorini, hadden wij gelogeerd in hotel Haroula, in die tijd eigenlijk niets meer dan het ouderlijk huis van de familie waar ze enkele kamers hadden aan toegevoegd. We verbleven daar toen niet als hotelgasten maar eerder als kennissen van de familie. Ontbijt nuttigden we bijvoorbeeld samen met de grootmoeder aan hun eigen tafel. Anna, het kind des huizes, bouwde later een echt hotel uit – New Haroula – en daar waren we nu aangekomen.

Toen we die herinnering bij het inchecken deelden met Anna, die intussen een respectabele leeftijd had bereikt, volgde er een kort maar intens emotioneel moment. Het hotel bleek groter dan we vermoed hadden en na er enige tijd vertoefd te hebben, stelde ik toch enige, laat ons zeggen, onvolmaaktheden vast. Maar ik besloot het voor Anna op te nemen.

Het airco afloopsysteem op ons balkonnetje kon ik met wat goede wil als decoratief bestempelen. De haardroger, die in de hotelkamer op een zijmuur was bevestigd, op het verst mogelijke punt van de spiegel, was misschien bewust daar geplaatst om de lichaamsbeweging van mijn teergeliefde te bevorderen. En de enige kast in de kamer tenslotte, die was veel te smal voor een minnaar om zich in te verstoppen, altijd positief voor de mannelijke gemoedsrust.

Toen we in de stad gingen wandelen, slaakten we allebei een zucht van opluchting. Fira leek op al die jaren niet zoveel veranderd. De steile straatjes, de goudwinkels, de fabuleuze uitzichten op de Caldera en de gouden kleur van de stad in het laatste uur voor zonsondergang. Alles leek nog onaangeroerd. Zelfs de ezeltjes waren er nog. Het ‘elite’ syndroom van Mykonos was dus nog niet tot hier doorgedrongen.

Eten deden we bij restaurant Parea nadat we ons achter aan de wachtrij hadden aangesloten. We genoten van een klassieke Griekse maaltijd in een leuk decor en in het gezelschap van heel veel blije mensen.
Tot morgen!
Morgen: Een spotprijs

Plaats een reactie