Je hebt een oude stad en je hebt een oude stad. Cardona is een oude stad in de letterlijke zin van het woord. Moet dringend opgekalefaterd worden. Was alleen leuk om eens te doorkruisen en om een handtas te kopen (zoals mijn teergeliefde deed) Ik had het gisteren niet mogen schrijven hé, van die handtas die schommelde.

Met zo’n tweeduizend km op de teller reden we richting Tortosa, een stad van – toevallig – tweeduizend jaar. Rond 15u kwamen we aan in onze verblijfplaats voor de volgende twee nachten, de Parador van Tortosa, ook gekend als het kasteel van Suda.
We kregen een kamer toegewezen in het verste deel van de authentieke, met donker hout ingerichte parador. Op de hoogste verdieping, helemaal in de hoek. Met een beetje verbeelding leek het net een torenkamer, enkel het spinnenwiel ontbrak om ons in het sprookje van Repelsteeltje te doen belanden. En gelukkig maar dat het niet zo was, lees het sprookje er maar eens op na.

Toen we ’s avonds aan de receptie gingen raad vragen over restaurantjes, keek de oudere dame ons ietwat meewarend aan en overhandigde ons twee waaiers. Ze vertelde ons dat het grote feesten waren in de benedenstad, dat het daar heel warm zou zijn en dat we overal in de straten zouden kunnen eten.
Toen we van de Parador afdaalden, kwamen we effectief terecht in een massa volk die door de met vlaggen versierde straten trok. Er liepen muzikanten rond, en vele jongeren, zelfs hele gezinnetjes, droegen prachtige middeleeuwse kledij. Alle Tortosanen leken collectief gek geworden te zijn.

En eten was er inderdaad genoeg!


De ganzen waren wel nog niet klaar.

Nadat we ons een tijd door de stad hadden laten meedrijven met de massa, namen we plaats op één van de harde bankjes aan een eetstand op een pleintje. In ons enthousiasme bestelden we misschien iets teveel voor ons beidjes.

Tot morgen!
Morgen om 18u30: De witte flamingo’s









