Mijn trouwe lezers weten dat ik ’s morgens maar één ding wil eten en dat zijn eieren, als het even kan vergezeld van een hoopje krakend spek. Toen ik gisteren dus bij het ontbijt mijn langverwachte omelet eindelijk op mijn bord kreeg, was ik danig teleurgesteld. Het wakke ding leek meer op een gele ufo en was zo dun als een vinylplaat. Zucht.
De rit van 699 km verliep zeer vlot ondanks het feit dat ik dus de enige chauffeur was, Zo vlot zelfs dat ik even een tweede loopbaan als trucker overwoog. De schaterlach van mijn teergeliefde toen ik dat idee uitsprak deed me echter snel van gedachten veranderen.

Ons hotel in Soyons (Ardèche) was zeer verwelkomend en romantisch door al die met klimop begroeide oude gebouwen. Het zwembad was wel iets minder verwelkomend: ik werd er constant achtervolgd door een snelle zwembadstofzuiger met een lange blauwe draad. Het leek wel een kwal die in mij een prooi zag en me wilde wurgen en ter plaatse verorberen.
Op het terras van het restaurant stond hun grote troef te pronken: een Libanese Ceder van meer dan 350 jaar oud. Indrukwekkend.

We hebben ’s avonds onder zijn takken dan ook een heerlijk maal genuttigd en daarbij een gul lokaal wijntje gedronken. Meer moet dat (voorlopig) niet zijn.
Tot morgen!
Morgen om 18u30: een vreemde airco
Hotel Le Cèdre de Soyons: ga erheen voor de majestueuze boom en ook als je van lila deuren en roze tapijten houdt (wij dus niet)
Eppegem – Soyons 850km









