In Saint Quentin de la Poterie, waar we gisteren verbleven hebben, schijnt de zon niet alleen aan de hemel. Het bewijs daarvan ziet u op bovenstaande foto, en ja hoor, ik hoor het u al zeggen, we zijn nu overal goed gebruind.
Gisteren had ik verteld dat we met het einde van de vakantie die in zicht komt aan het uitbollen zijn, en dat klopt ook wel. Maar vanochtend, met een rit van 375 km naar Beaune voor de boeg, konden we het toch weer niet laten. We zijn nog snel een half uur aan het zwembad gaan liggen en daarna hebben we het nabijgelegen dorpje Arpaillargues bezocht. Nou ja, bezocht is veel gezegd, we zijn zelfs niet uitgestapt.

Maar net als in Marseille was het weer eens tijd voor een rijexamen. Deze keer was de opdracht: hoe rijd ik vlot en zonder schade door de smalle doorgang te zien op de foto? Gelukkig zat ik net aan het stuur dus was er geen probleem.
Omdat de drang toch te groot was om nog snel iets anders te ontdekken, zijn we toch maar naar Uzès gereden wat we gisteren opzettelijk niet hadden gedaan.

Ik denk dat het woord lommerrijk is uitgevonden voor deze stad. Er is niet speciaal veel te zien qua kerken of monumenten, maar wat een sfeer! Opmerkelijk was ook het grote aantal Belgen, in tegenstelling tot op de vorige bestemmingen die we aangedaan hebben.

Jammer genoeg begon de tijd te dringen en dus zijn we maar met hangende schouders vertrokken. Fini le Sud, terug naar het barre Noorden. Onderweg kregen we al direct onderstaand bord op ons bord, en geef toe, dat hielp niet echt.

Uiteindelijk zijn we met slechts drie kwartier vertraging net aangekomen in onze klassieke tussenstop Beaune waar we onze pré holiday blues proberen te verdrinken in een lekkere fles Côte de Beaune. Ik denk dat onze buurvrouw in de kamer naast ons misschien al eentje op had.










