Gisterenavond zijn we gaan eten in Perpignan en hebben we ons geparkeerd in parking Central. Dit bleek later de meest afgelegen parking in Perpignan te zijn, what’s in a name. Het etentje was best leuk, tot het moment dat we omsingeld werden door een groep mensen met fakkels, waarom overkomen deze vreemde zaken ons altijd?

Vanochtend zijn we vroeg gaan ontbijten omdat het zaterdag was én het laatste weekend van juli. Toch zaten we er ondanks het vroege uur niet alleen. Er zat al een Frans koppel met een schattige kleuter en alle aanwezigen waren collectief vertederd toen dat kleine meisje een boterham in het zwembad gooide voor de eendjes 😅.
Met een volle maag zijn we daarna de auto ingestapt, hopend dat het verkeer zou meevallen en voor één keer was dat zo! Op goed geluk zijn we na een rit van twee uur beginnen te zoeken naar een verblijfplaats voor de nacht, in de buurt van de Pont du Gard. Dat rondrijden deed ons sterk denken aan onze vakanties van jaren geleden toen we soms tot ’s avonds laat op zoek waren naar een chambre d’hôtes.
Maar bij onze tweede poging was het nu al raak. Een kleinschalig hotelletje, op een berg, aan de rand van een klein dorpje. Exact wat we zochten.

Want terwijl de allereerste zin van het allereerste reisverslag luidde: “En we zijn vertrokken!” luidt ons motto nu helemaal anders: “En we zijn aan het uitbollen!”
We willen vooral nog genieten van het warme weer en van het feit dat we hier echt met tijd kunnen morsen, terwijl dat thuis totaal niet kan. We verblijven hier onder andere dichtbij Uzès maar we gaan de kelk dus deze keer aan ons laten voorbijgaan.

Een wandeling door het dorpje was vandaag het hoogst haalbare en de kuitenbijter op de terugkeer heeft ons definitief overtuigd. Vanavond ploffen we gewoon neer op het gezellige terras van het restaurant voor de voorlaatste tête à tête van deze zalige vakantie.
Morgen: de zonnige wc









