Dag 6: op zoek naar BB

Met enige weemoed lieten we gisteren Hotel96 achter ons en zetten we koers richting Saint Tropez. Omdat het een korte rit was, besloten we een tussenstop in te lassen in Cassis, op ongeveer een half uurtje rijden van ons vertrekpunt. En ik was in mijn nopjes, want voor de eerste maal dit verlof kwam er onderweg enig bochtenwerk aan te pas. De ene na de andere bocht bood ons weer een ander uitzicht waarvan we konden genieten. Correctie: waarvan ik kon genieten. Want het was pas toen ik zag dat alle kleur was weggetrokken uit het gezicht van mijn teergeliefde dat ik besefte dat mijn rijstijl misschien iets te enthousiast was geweest.

Maar geen probleem, toen we in Cassis waren aangekomen, kon ze recupereren tijdens een lange wandeling in de hitte van het middaguur. We vonden allebei dat Cassis iets ongedwongen had, iets verwelkomend. Het haventje was klein maar leuk, en de bars en restaurants langs de kade waren aanlokkelijk door hun gedekte tafeltjes in de schaduw en door de watersproeiers die voor de nodige verkoeling zorgden.


Nadat we nog even de stranden en de boetiekjes bezocht hadden, zetten we onze trip voort en tot mijn groot jolijt stond het betere bochtenwerk ons terug op te wachten. Omdat een ezel zich geen twee keer stoot aan dezelfde steen, sneed ik de bochten iets voorzichtiger aan. Maar dat had dan weer een ander effect: na nog geen vijf minuten was de vrouw van mijn leven in slaap gewiegd en kon ik zelf de weg proberen te vinden.


Rond 15 uur kwamen we toe aan onze verblijfplaats voor de volgende twee nachten: La Romarine. Dit ruime domein, met huisjes en kamers verspreid op een grote oppervlakte, moet in vervlogen tijden ooit de place to be geweest zijn. Naar het schijnt heeft Brigitte Bardot er zelfs een nacht doorgebracht. Maar vandaag zou ze niet meer komen denk ik. Tenzij ze houdt van roze faiences gecombineerd met een lichtblauw bidet en dito bad. En tenzij ze wenst ontvangen te worden door een giechelende Française waar meer dan één hoek van af was.

Maar in het hart van de grote tuin lag een aangename verrassing op mij te wachten: eindelijk een groot zwembad waardoor de vorige drie meer leken op stilstaande jacuzzi’s. Eén van de zaligheden die ik namelijk opzoek tijdens het verlof is in een leeg zwembad duiken (misschien een beetje vreemd uitgedrukt, ik bedoel wel degelijk met water gevuld maar zonder mensen erin).

Ik zag het dus helemaal zitten en het kon niet snel genoeg gaan. We verbouwden in een mum van tijd onze kamer zodat ze lekker chaotisch werd, ik zette mijn teergeliefde in mijn nek en we stormden naar beneden.

Helaas, ter plaatse moest ik vaststellen dat het rimpelloze blauwe oppervlak veranderd was in een kolkende zee door de aanwezigheid van een uitgebreid gezin dat met waterpistolen en een opa zo reusachtig als een walrus en even zwaar besnord elke doorgang onmogelijk maakte.

Niet getreurd, voor ’s avonds hadden we een vermetel plan opgevat: te voet van ons hotel naar de haven van Saint Tropez, in theorie een wandeling van een half uurtje. Zo gezegd zo gedaan, maar we hadden het ons weer anders voorgesteld. In plaats van door leuke straatjes te wandelen en de prachtige villa’s te bewonderen die half verscholen lagen achter hoge bomen, liepen wij veertig minuten op een fietspad langs een grote drukke baan waar de auto’s ons rakelings en luid toeterend voorbijvlogen.

Moe en bezweet kwamen we rond 21u aan in de haven waar we dan zo laat nog op zoek moesten gaan naar een restaurant. Daarom zijn we een koel glas Rosé gaan drinken en zijn we daarna een Monoprix binnengestapt. Daar hebben we kliekjes gekocht die we later op kartonnen borden met een fles rode wijn op ons eigen terras hebben opgegeten waarna we onmiddellijk in slaap gevallen zijn.

Morgen: de helikopter

Plaats een reactie