Gisterenochtend aan het ontbijt moet het een raar zicht geweest zijn voor de andere hotelgasten. De vrouw van mijn leven was met een ZIZ kaasje wanhopig naar een wesp aan het slaan terwijl ik met een heel bot mes aan het hakken was in een stuk keiharde lokale worst. Na deze intensieve lichaamsbeweging zijn we vrolijk weggereden met als bestemming een stad die we tijdens onze vorige omzwervingen in Frankrijk nog nooit hadden bezocht: het mysterieuze Marseille.

Het bovenstaande bord heeft ons meerdere malen geholpen toen onze GPS ons weer eens een eenrichtingsstraat wilde insturen. Met Marseille is het een beetje zoals met Athene: doe wat je wil met je auto maar let erop dat je niet in het centrum belandt of je bent verloren.
Na een paar verkeerde keuzes kwamen we finaal toch uit bij ons kleinschalig hotel dat iets ten zuiden van de stad lag. Gelukkig maar, want we vernamen dat de wijken in het noorden absolute no-go wijken zijn.

Neen, bovenstaande foto is niet in Japan genomen maar wel degelijk in de binnentuin van Hotel 96 waar we ons onmiddellijk thuis én in vakantie voelden. Ook het zwembadje kon niet uitnodigender zijn.

Omdat we nu al enkele dagen onderweg zijn, hebben we ondertussen ook de beste organisatie gevonden. Vanzelfsprekend is die evenwichtig verdeeld: mijn teergeliefde pakt de bagage in- en uit, ruimt alles op en ik schrijf mijn blog.
Gisteren was het zondag dus besloten we onze verkenning van de stad een dagje uit te stellen en te genieten van de zon. Toen we zaten te aperitieven op ons terrasje aan de kamer kregen we nog even bezoek van de hond des huizes. Toen we er eindelijk in geslaagd waren die terug naar af te sturen,

zijn we gaan eten in een volks restaurantje in de buurt, Chez Zé. Geen toeristen, grote porties en een lichte rekening, wat moet het nog meer zijn?

Oh ja, ik moest de titel van dit artikel nog verklaren, ziehier:











