Gisterenochtend vroeg opgestaan omdat we een rit van ongeveer 600 km voor de boeg hadden. Via lange smalle gangen en heel veel trapjes kwamen we terecht in de gigantische ontbijtzaal van het kasteel. Door het vroege uur hadden we het typische Ardense buffet helemaal voor ons alleen. De stilte werd enkel verbroken door het luidruchtig niezen en hoesten van mijn snipverkouden teergeliefde. Toen de andere hotelgasten wakker begonnen te worden, waren wij al on the road.
Het was eigenlijk een aangename rit maar daar dachten de duizenden insecten die te pletter vlogen tegen onze bumper waarschijnlijk anders over. We zijn tweemaal gestopt in een tankstation en telkens zagen we daar de traditionele schouwspelen: kinderen die met een lang gezicht aan het zagen of aan het huilen waren, ellenlange files in de damestoiletten, truckers met hun zeep en washandje op zoek naar de douches en natuurlijk de gebruikelijke chaos op de parkings.
Tegen vijven reden we eindelijk “onze” berg op waar helemaal boven op de top ons hotelletje zich bevond, met de toepasselijke naam L’ermitage. Hun grootste troef is het glorieuze uitzicht op Lyon van op zo’n 600m hoogte. Er is daar ook een klein zwembadje op de bovenverdieping en het beeld van dat koele blauwe water speelde al de hele rit in mijn hoofd. Toen we ingecheckt waren, zag ik dan ook mijn kans schoon, trok mijn zwembroek aan en haastte me ernaar toe. Maar ik was er nog maar net ingedoken toen een bezorgde moeder mij kwam vragen of ik het erg vond dat haar zoontje ook in het zwembad zou komen, wetende dat hij de “varicelle” heeft. Het roodharig jongetje stond bedremmeld achter zijn moeder, met een treurig gezichtje en met beide armpjes rond haar ene been, dus hoe kon ik dat weigeren. Ik ben dan maar snel uit het zwembad gestapt, angsthaas die ik was.
Tijdens ons fijne avondmaal, aan een piepklein tafeltje op het terras, konden we genieten van het 180° panorama. Het eten was wederom meer dan in orde, met een pluma van pata negra, een madeleine van tomaten en olijven (!) en een dessert om je vingers bij af te likken: ijs, perzik en gember. De kers op de taart was een mooie zonsondergang achter de omringende heuvels.
Na het eten zagen we heel veel passage in wat normaal gezien een zeer rustige straat is. Nieuwsgierig volgden we al die mensen en we kwamen uit op het punt op de berg van waar men het beste uitzicht op de stad had. We zagen gezinnen die aan het picknicken waren, koppeltjes die een Fatboy mee gebracht hadden, kinderen in de nek van hun vader. Allemaal met maar één doel voor ogen: het vuurwerk zien dat ter gelegenheid van 14 juli, de nationale feestdag van Frankrijk, zou losbarsten boven Lyon.

En uiteindelijk gebeurde dat dan ook en iedereen was verrukt. De felle kleuren en het ploffende geluid van het vuurwerk brachten een ware vibe teweeg bij de menigte, ja zelfs een gevoel van samenhorigheid, ongeacht ras of religie. Totaal niet te vergelijken met de nationale feestdag van België waar een militaire defilé en de nationale drash alles is wat we krijgen. Als ik daaraan denk, waarom zouden we eigenlijk nog terugkeren?
Morgen: de dans der libellen










