Dag1: Dardennen

En we zijn vertrokken! Mijn teergeliefde had een schitterend idee: waarom vertrekken we al niet op donderdag na het werk in plaats van op vrijdagochtend? Dan begint ons verlof al een dag vroeger. Daar kon ik echt niets tegen inbrengen dus hebben we vlug een kamer geboekt in een kasteel ergens rond Namen. Waar ik natuurlijk niet aan gedacht had, was dat zij gisteren al thuis was om 14u en dus al volop in vakantiestemming was terwijl ik om 17u ben moeten vluchten van het werk en in de auto alleen maar kon denken aan wat ik niet gedaan had.

We zijn uiteindelijk toch op tijd weg geraakt, richting “dardennen”, een streek ons enkel bekend van saaie uitstapjes in onze jeugd. Na de gebruikelijke file door werken op de Brusselse ring, waarbij ik net niet mijn stuur heb opgegeten, kwamen we aan bij ons onderkomen voor de nacht. Snel alle bagage in de kamer gedropt en dan op zoek naar een restaurantje, liefst zo authentiek mogelijk. En we werden op onze wenken bediend: in één van de “plus beaux villages de la Wallonie” ( ja hoor, dat bestaat echt ) vonden we La Besace, vraag me niet wat die naam betekent.


Het bleek het enige te zijn waar je iets kon eten in Crupet, zo heet dat dorpje, waar overigens ook geen bakker of beenhouwer meer aanwezig is om de 334 inwoners te voeden. Het eten was wel subliem: aan de overkant van de tafel werd een haantje met veel smaak verorberd en ikzelf had een filet pur op mijn bord die slechts langs één kant gebakken was en verscholen ging onder rucola, zongedroogde tomaten, pijnboompitten en balsamico. De frieten waren handgesneden, gebakken in ossenvet en lichtjes gekruid met thym en laurier. Verrukkelijk. Het koppel naast ons had minder geluk: de dame vroeg de 8 gegrilde gamba’s van op de kaart maar de dienster deelde met een treurig gezichtje mee dat er maar 7 gamba’s meer waren, begrijpe wie begrijpe kan.
Terug in het kasteel trokken wij ons terug in onze kamer die voorzien was van rijkelijke lambriseringen en een grote open haard. Net voor het slapen gaan dacht ik aan hoe het in die kamer moet geweest zijn toen het kasteel net gebouwd was: de open haard die gezellig brandt, geen elektriciteit maar wel overal kaarsen die flikkerende schaduwen werpen op de donkere schilderijen aan de muren. Geen thermisch donsdeken maar dunne dekens die je verplichten om lekker dicht tegen elkaar aan te kruipen om warm te krijgen. Anderzijds zouden we dan wel heel erg vroeg moeten opstaan om de volgende dag te paard naar Lyon te reizen. Laat staan dat een paard en mijn teergeliefde in één en dezelfde zin misschien geen goed idee is. Tot morgen!

Morgen: nog nooit zo snel uit het zwembad gesprongen!

Plaats een reactie