Wanneer we de derde dag ter plaatse stilaan in ons ritme begonnen te geraken, daagde er een nieuwe spelbreker op: de wind. Normaal gezien blijft die hier steeds beperkt tot een verdwaald briesje, dat hoogstens even de haren beroert van de duttende dames op het strand.
Gisteren was dat wel even anders. Het dorpspleintje, traditioneel het epicentrum van gezelligheid, met zijn talrijke bars en vinotecas, lag er zielloos en verlaten bij. De rode plastic stoelen waren haastig opeengestapeld, de parasols allemaal stevig bijeengebonden en het enige dat bewoog waren zakdoekjes en lege chipszakjes, die in de greep van de aanhoudende wind in oneindige cirkels rondwaarden.
Er was geen ontkomen aan en plots leek het of iedereen halsoverkop de stad had verlaten. Het zwarte lavastrand was leeg en leek nu nog meer op het desolate maanlandschap dat we kennen van op de zwart witte NASA foto’s. Ook de zee had te lijden onder deze drieste aanval van Aeolus. Alsof ze een hond was die getroffen werd door hondsdolheid, zo stond het schuim op haar lippen, de golven.
Tijd dus om het nuttige aan het aangename te paren. We reden naar een dorp verderop om enkele administratieve formaliteiten te vervullen en daarna nog even verder naar het toeristische Los Gigantes. De naam zegt het al: het dorp haalt zijn bekendheid uit enkele gigantische rotsen die uit de oceaan steken. Het lijken wel Loch Ness monsters die door een bovennatuurlijke kracht lang geleden versteend werden en zo veroordeeld zijn om eeuwig zichtbaar te blijven, dit in tegenstelling tot hun lieftallige zuster ergens in een diep en donker meer in Schotland.
In het leuke haventje parkeerden we onze huurwagen en we vroegen ons al snel iets af. Waarom waren daar zoveel mensen aan het kotsen? Slecht eten? Nee hoor, we begrepen het direct toen we de excursieboten zagen aankomen, danig op en neer schommelend op de hoge golven, met dagjestoeristen aan boord die ternauwerdood hun lunch konden binnenhouden.
Nadat we een beetje rondgehangen hadden, keerden we terug naar ons hometown. We sloegen erin om een terrasje te vinden waar het zeer aangenaam vertoeven was. De frisse glaasjes rosé en de verscheidene vrienden die daar ‘toevallig’ voorbijkwamen, hadden daar waarschijnlijk iets mee te maken. De wind was weer helemaal vergeten. En de schimmels op het plafond ook.
Morgen om 18u30: oudejaarsavond bij den elektrieker in de bergen!









