Gisteren was het onze laatste echte vakantiedag van deze reis en bij het ontbijt in de schaduw van de olijvenbomen overliepen we alle mogelijkheden. Met de ferry naar Desenzano del Garde of Peschiera del Garda, twee dorpjes aan de kust niet ver hier vandaan. Twee fietsen huren en het schiereiland verkennen. Het afgelegen strand met de exotische naam Jamaïca bezoeken.
We kozen voor de laatste optie. Vooral het feit dat je dit strand enkel kon bereiken via een doorwaadbare plaats in het meer was een zeer overtuigend argument en sprak ons gemeenschappelijk gevoel voor avontuur sterk aan.
Toen we in het hotel onze bedoeling kenbaar maakten kregen we van een samenzweerderige dame aan de receptie het zogezegd enige exemplaar van een sleutel. Daarmee zouden we een of andere mysterieuze poort aan het eind van een reeks trappen kunnen openen.
Lichtjes opgewonden hebben we haar krabbels op de landkaart gevolgd en kwamen we na een eindje wandelen op een afgelegen plek waar een honderdtal oude stenen trappen afdaalden naar het meer.
Beneden aangekomen, waar het heel stil was, wachtte ons inderdaad een poortje dat schijnbaar al lang niet meer geopend was. Het bood heel wat weerstand en maakte een diep krassend geluid toen het uiteindelijk tegen zijn zin open ging.
Een paar meter achter de poort, die we zorgvuldig achter ons sloten, stonden we aan een compleet verlaten oever van het meer en volgens de kaart zou hier de doorwaadbare plaats moeten zijn. We zagen de golven en de deining van het water en onze blikken ontmoetten elkaar. Geen van beiden wilde echter nu nog terugdeinzen en dus trokken we onze shorts iets hoger op en stapten we dapper het water in.

Mijn teergeliefde nam mijn hand vast en kneep er hard in terwijl ze een vaste voet trachtte te krijgen op de met mos begroeide, gladde stenen op de bodem van het meer. Ik voelde dat ik de leiding moest nemen en waadde door het groenblauwe water dat op dat moment tot aan onze knieën reikte.
Na een tiental wankelende stappen, terwijl mijn teergeliefde haar beige gehaakte handtasje met al ons hebben en houden krampachtig tegen zich aan drukte, was het waterpeil al gestegen tot iets onder ons middel. Daar kwam nog bij dat we een krachtige onderstroming aan onze kuiten voelden die ons steeds maar verder in het meer leek te willen trekken.
Onze blikken ontmoetten elkaar voor een tweede maal en we hadden geen woorden nodig om elkaar te begrijpen. We zijn dan ietwat beschaamd op onze stappen teruggekeerd en we hebben ons zelf wijsgemaakt dat het veel te gevaarlijk was om dit te doen met al onze kleren aan en met al ons geld en onze telefoons.
We besloten om later een tweede poging te wagen in zwemkledij. Maar we wisten zeer goed dat we ons zelf daarmee iets wijsmaakten.
Nadat we weer door de poort waren geraakt en de hele reeks trappen hadden overwonnen zijn we de sleutel gaan terugbrengen aan dezelfde dame. Deze keek ons verschrikt aan toen we daar plots opdaagden. Was dat omdat we vroeg terug waren of was dat misschien omdat ze niet had verwacht dat we ooit nog zouden terugkomen?
Het zal voor ons altijd een raadsel blijven. We hebben de rest van de dag doorgebracht aan het zwembad en tot aan ons vertrek hebben we die vrouw niet meer teruggezien. Het leek wel of die er nooit geweest was.









