Wie mijn blogartikel “Pokerface” ooit heeft gelezen weet ongeveer hoe ik me gisterenochtend voelde toen ik plots veel te vroeg wakker werd. Mijn hoofd stond op springen en mijn maag stond op het punt allerlei zaken terug naar boven te sturen.
Ik keek naar de schone slaapster die naast mij lag en hoopte dat ik op haar begrip zou kunnen rekenen als ze wakker werd. Dit ondanks het feit dat ze me gisterenavond in het restaurant verschillende keren met een vermanende vinger had gewaarschuwd voor mijn te grote enthousiasme in het gulzig leegeten van ons beider borden.
Aangezien ik geen moment van haar vakantie wilde verknallen heb ik, zoals het een echte man betaamt, op mijn tanden gebeten en mijn innerlijk lijden zo goed als mogelijk voor haar verborgen.
Na een rijkelijk ontbijt van twee droge beschuiten en geen Cappuccino zijn we dus gewoon op uitstap gegaan zoals we gepland hadden.
Ons eerste doel was Montepulciano, natuurlijk bekend voor zijn lekkere wijn maar het was ook een heel gezellige stad om in rond te lopen, zelfs voor mensen met een kater. Het is kleiner dan Siena maar straalt eveneens een soort waardigheid en historische rijkdom uit.

Een bijkomend voordeel van deze stad, die van hoog op een heuvel de ganse omgeving domineert, was de koelte in de straten, en dat kwam van pas voor sommigen onder ons.
Tegen de namiddag, nadat ik liters cola als tegengif had binnengegoten, reden we door naar Castiglione, gelegen aan het enorme Trasimeno meer, een door Italianen geliefkoosd vakantieoord.
Voor ons was het echter niet meer dan een uit de kluiten gewassen versie van ons eigenste Bloso domein Hofstade. Met het verschil dat daar ter plaatse de autochtonen verdrongen werden door horden toeristen, allemaal met auto’s met een knalgele nummerplaat (en het waren geen Luxemburgers).

Ondertussen was ik al terug op krachten gekomen en toen we een uur later aan de waterput lagen begon ik al uit te kijken naar een herhaling van de avond ervoor en was ik alle kwalijke gevolgen al vergeten. Jammer genoeg overleefden mijn intenties de waakzame blik van mijn teergeliefde niet. Tot morgen!









