Twee harde klappen achter elkaar. Nog een klap. Dan een sissend geluid. Daarna een stomend geluid. Tenslotte het schudden van een poeder.
Die geluiden ga ik ongetwijfeld missen wanneer deze reis zal afgelopen zijn. Want dan wist ik wat er komen ging: een ambachtelijk klaargemaakte Cappuccino.

Ook gisterenochtend heb ik ervan genoten, bij een vroeg ontbijt buiten op het terras, met al een zalige 23 graden Celsius om 7u30. Waarom een vroeg ontbijt? Omdat het gisteren tijd was om afscheid te nemen van de mooie Amalfikust en we voor de eerste keer dus terug naar het Noorden zouden rijden (slik), ongeveer een 400 tal km.
Zoals gewoonlijk voorspelde mijn teergeliefde dat we zouden terecht komen in vele monsterfiles en dat er een onweer net boven ons hoofd zou uitbreken, maar na een vlotte en kurkdroge rit kwamen we netjes op tijd aan. Madame Doktoor is ze misschien al wel maar Madame Soleil nog zeker niet.
We arriveerden dus in Città della Piève, een middeleeuws dorp op de grens tussen Toscane en Umbrië. Daar hadden we een kamer geboekt in een oud landhuis dat vernoemd werd naar een bekende schilder van de streek, Pietro Vannucci.

De grootste troeven van het hotel kwamen direct aan de oppervlakte: een terrasje aan de kamer zonder ook maar één stoel, muizen in de kamer (die later de piepende airconditioning bleken te zijn) en een zwembad ter grootte van een waterput, waar je dan nog een badmuts in moest dragen (wie heeft dat nog in zijn kast liggen, laat staan dat je het zou meenemen op verlof?)
Misschien was die muts wel bedoeld als bescherming tegen de zwermen kleine zwarte muggetjes die, moest ik niet tussengekomen zijn, mijn teergeliefde met huid en haar zouden opgegeten hebben.
Het dorp zelf bleek na een eerste verkenningsronde niets minder dan een ghost town te zijn: perfect gerestaureerde gebouwen in de typische terracottakleur maar geen mens op straat. Tot we ’s avonds fris gewassen terug buitenkwamen en we bijna geen plaatsje meer vonden op het terras van de meest populaire bar.
De verklaring was niet ver te zoeken: we hoorden daar geen woord Italiaans spreken, de Belgen en de Nederlanders hadden massaal het plein ingenomen. We hebben dan maar deelgenomen aan één van de zeven werken van barmhartigheid, u mag raden welke of gewoon even kijken naar de foto.

In een echte vakantiestemming ondergedompeld hebben we ons hand in hand en een beetje zwalpend begeven naar de Taverne del Perugino, niet wetend dat dit verstrekkende gevolgen zou hebben voor de dag erna. Maar daarover morgen meer!









