
Gisteren stond ons een rit van vele kilometers te wachten nog verder naar het zuiden. Gelukkig waren bij het ontbijt de voornaamste ingrediënten aanwezig, zelfs in magnum formaat!

Via de Sea and Sky Highway stoomden we richting Whistler, zo’n 300 kilometer ver en voor de eerste keer met heel wat bochtenwerk. De rit voerde ons door een veranderend landschap dat ons soms deed denken aan het Wilde Westen in de USA.

De vele bochten drukten onze snelheid maar daardoor konden we wel genieten van het uitzicht. We reden zelfs een keer verloren om zo nog 60 kilometer langer te kunnen genieten.

Highway 99 bracht ons ook op de oude Goldrush Trail waar in de negentiende eeuw zoveel goudzoekers arriveerden dat het dorpje Lillooet voor even de grootste stad van Noord-Amerika werd.

Na een gigantische cappuccino – wat is alles hier toch groot – legden we de laatste kilometers af naar Whistler waar er een enorme keuze aan hotels is.


Whistler bleek geen authentiek dorp te zijn maar een verzameling van winkels en horeca rond grote pleinen. Het was er mondain maar tegelijk ook erg gezellig. Mensen zaten er te drinken en te eten op terrassen en ik kon me goed inbeelden hoe sfeervol het moet zijn in de winter als het daar vol sneeuw ligt.



Het beviel ons daar echt maar jammer genoeg waren we er slechts voor één nacht. Na een geslaagd dineetje bij 21 Steps gingen we vroeg naar bed want de dag erna was het vroeg opstaan geblazen.
Tot morgen!
Morgen: The Queen of Oak Bay
Canada: waar iedereen in short loopt vanaf het moment dat de beren ontwaken, waar je een kruispunt diagonaal mag oversteken en waar de geur van curry en (legale) cannabis in de straten alomtegenwoordig is.










