
De titel van deze blog had evengoed kunnen zijn: ‘opt schaite van de met’, een Vlaamse uitdrukking die zoveel als bijna te laat betekent. Op onze voorlaatste dag kregen we nog twee geweldige dorpjes te zien, Loubressac en Autoire, waarvan het eerste zelfs het mooiste was van heel de reis!




Na nog een zalige ochtend verlieten we de Lot en waren dezelfde mening toegedaan: hier komen we nog eens terug. Nadat we een soort hangbrug van slechts twee meter (!) breedte overstaken en nog leuke dorpen doorreden (Carennac en Martel), konden we het moment niet meer uitstellen: we moesten de snelweg op.

Na zo’n drie en een half uur rijden kwamen we aan in Salbris, geen toeristische bestemming maar strategisch gelegen voor onze terugkeer. Het weer was wankel maar traditiegetrouw gingen we toch even wandelen in de buurt waar we behalve een zwalpende dronkelap en een kleine vijver niets noemenswaardigs aantroffen.


Van op het balkon van ons hotel had ik gemakkelijk een speech kunnen afsteken om de inwoners te overtuigen niet te komen eten in ons hotel want dat was weer de moeite.

Toen we ‘s avonds in de praktische lege eetzaal zaten, was de sfeer nogal speciaal te noemen. Aan een tafel verderop was een klant ostentatief heel hard met zijn lepel aan het kloppen op zijn stuk vlees en vanuit de keuken hoorden we de graatmagere getatoeëerde kok constant heel hard tegen iemand roepen. Gelukkig kwam het eten heel snel en konden we ons snel uit de voeten maken voor er ongelukken gebeurden.
Tot morgen!
Morgen: Champagne!









