Drie primeurs op Paros

Gisteren namen we afscheid van Marietta en begaven we ons weer eens naar de bushalte. Na een kleine worsteling slaagden we erin om onze bagage op de bus te krijgen en daarna ook ons zelf. In de New Port van Mykonos was het traditiegetrouw wachten geblazen op de boot die ons naar het nabije eiland Paros ging brengen. We smeerden alvast onze kuiten in voor de rush naar de boot.

Toen de snelle Seajet eindelijk aanmeerde en in zijn grote deuren de hele massa van wachtenden opslokte zoals een walvis dat doet met plankton, ging het heel snel. Na een uurtje geruisloos varen op een zeeoppervlak dat zo glad was als een biljartlaken, kwamen we aan op Paros.

Thuis in België hadden we gezien dat het slechts een wandeling van 950 meter was van de haven naar ons hotelletje. Een kolfje naar onze hand dachten wij onvervaard, met al die Coronawandelingen op ons actief. Wat het computerscherm thuis ons natuurlijk niet had verteld was dat het meer dan dertig graden was, dat we met een rugzak op de schouders twee valiezen moesten voort trekken, en dat er op die druk bereden steenweg enkel een persiflage op een voetpad aanwezig was.

U hebt uw bestemming bereikt’, zei de dame in Google Maps plots op een triomfantelijke toon. Verbaasd keken we elkaar aan. In de plaats van Panorama Hotel wat we zochten, stond er Knauf en waren er enkel wat groezelige gevels. Een toevallige voorbijgangster merkte onze verwarde blikken op en toonde ons de ingang van het hotel die verborgen lag achter gigantische bougainvilla’s.

Door deze ligging vreesden we voor het ergste voor ons verblijf en we werden dan ook op onze wenken bediend. We kregen drie primeurs: ons hotel lag niet alleen in een industriezone, het was voor ons ook het enige hotel tot nu toe dat net naast een groot voetbalstadion lag, en ook het enige dat de moeite deed om de vuilnisbakken in de kamers te behangen. Dat laatste begrijp ik nog altijd niet. Ook de radio was een beetje vreemd.

Maar…Het moet gezegd worden, we hadden wel een leuk balkonnetje, mét panoramisch zeezicht, en bovendien een strategisch perfect geplaatste boom die ons lange tijd verkoeling en schaduw bezorgde. 

Nadat we ingecheckt hadden en onze kamer herschapen hadden in een rommeltje, trotseerden we nog eens de hitte om Parikia te verkennen. Een wandelingetje van een kwartier langs de zee bracht ons in een stad die minder gesofisticeerd was dan Mykonos town, net zoals we verwacht hadden. Maar we genoten volop van de rust en de sereniteit die er heerste, al kon dat ook te wijten geweest te zijn aan de siesta die daar op dat moment bezig was.

‘s avonds wordt de boulevard langs de zee in Parikia blijkbaar altijd verkeersvrij gemaakt waardoor de gezelligheid de hoogte in gedreven wordt. We aten, met één oog op de zonsondergang en het andere op onze Griekse traditionele gerechten, waaronder Mastelo en Pantzaria. Een zeer goed begin.
Tot morgen!
Morgen: de panda op Paros

Mastelo: traag gegaard lamsvlees in de oven, kruiden
Pantzaria: rode biet, noten en Griekse yoghurt.

Plaats een reactie