En we zijn vertrokken…voor vier dagen. Deze keer naar een voor ons onbekende streek die ons aangeraden werd door de ‘guide Michel’: Picardie! Met zijn meer dan lyrische bewoordingen in het achterhoofd zetten we ons achter het stuur, althans ik toch, voor een tocht van meer dan drie uur door het Noorden van Frankrijk.
De rit verliep vlot, op de eeuwige klassiekers na: een wolkbreuk net boven onze auto, lange files aan de toiletten in het tankstation en mijn teergeliefde die haar schouder uit de kom trok omdat ze weer eens te ver stond om een ticket te kunnen nemen aan de péage.

We hadden vooraf een kamer in een hotel genomen dat zichzelf de naam van Golf Hotel had toebedeeld. God weet waarom want er is kilometers in de omtrek geen golfbaan te bekennen. We smeten snel onze bagage in onze compleet gedateerde kamer en vertrokken op uitstap naar Saint Valery sur Somme, de place to be volgens Le Grand Michel. En hij had nog gelijk ook.
Gelegen aan de baai van de Somme, met een mooie promenade, veel volk en leuke restaurantjes, is dit echt wel een leuk dorpje. Daarnaast is er nog een middeleeuws deel en een klein haventje wat maakt dat het dat ‘je ne sais quoi’ heeft dat je niet kan uitleggen aan iemand die er nog nooit geweest is.
Heel leuk dus maar jammer genoeg zijn we weer in dezelfde val getrapt toen het tijd was om een restaurantje te kiezen voor ’s avonds. Na bijna 20.000 stappen en toen we bijna elk steentje wisten liggen in elke straat, hebben we uiteindelijk iets gevonden dat voor ons beiden oké leek.

Welgeteld anderhalf uur later stonden we alweer buiten. De obers waren net de bewakers op een schip bemand door galeislaven en je kan al raden wie wij dan waren. De gerechten volgden elkaar op in een verschroeiend tempo en wij hadden geen keuze, we moesten volgen en het eten binnenschrokken.
Onze teleurstelling verdween echter snel toen we bij een ondergaande zon via de promenade naar de auto terugkeerden. Het was ondertussen vloed geworden en de zon wierp een prachtig licht op de zachte golven van de machtige rivier die aan onze voeten stroomde. Het werd zelfs bijna romantisch toen ik mijn arm rond de schouders van mijn teergeliefde legde. Bijna.

In de wagen, op weg naar Le Tréport, kwam die romantiek er onverwacht dan toch. We reden bij de ondergaande zon door weidse groene velden en toen weerklonk plots ‘She’ van Aznavour op de radio. We keken elkaar in de ogen en we pinkten allebei een traan weg omwille van dit liefdevolle moment. Of waren onze ogen gewoon moe? We zullen het nooit weten.

Tot morgen!
Morgen: Amiens
Gekste dorpsnaam onderweg: Hondszocht (in België!)
De toeristenval: restaurant Nichols (don’t go there tenzij je in bent voor een vluggertje)









