Gisteren werd ik wakker in de Finca, ik opende het schuifraam en stapte het terras op. Ik durfde nauwelijks adem te halen om de oorverdovende stilte niet te verbreken. De dagdagelijkse geluiden van brommers, auto’s en vliegtuigen leken even nooit bestaan te hebben. Al wat ik hoorde was een licht briesje dat door de bladeren van de palmbomen ruiste.
Maar dat neemt niet weg dat één nacht ter plaatse voldoende was om de batterijen terug op te laden. Na het simpele ontbijt – weer zonder spek, ik begin al ontwenningsverschijnselen te krijgen – gingen we de uitdaging van het smalle weggetje weer aan en belanden we niet veel later in Les Cases d’Alcanar.

Een hoofdstraat bijna die naam niet waardig, een lange strandboulevard, een tiental visrestaurantjes en een camping, dat was het. Nog niet veel veranderd sinds de jaren zeventig waardoor het zijn authentieke charme had behouden. De sfeer zat er goed, dat voelden we direct aan. Eén minpunt misschien: het strand bestaat uit grote, pijnlijk hard uitziende kiezelstenen.

Daarna was het tijd om verder naar het Zuiden te rijden, meer bepaald de streek van Moraira, Javea en Denia, waar we de volgende zes nachten gaan verblijven. We stopten heel even in Peñíscola, maar omdat we daar gezandstraald werden door een ware zandstorm, waren we snel weer weg.
Verder onderwerg werden we geconfronteerd met een steeds weerkerend fenomeen: brandgevaar. Alhoewel dit jaar het onderstaande bord ook wel naar de allerbeste voetballer van het WK zou kunnen verwijzen.

De middenberm op de autostrade stond op een bepaalde plek al in brand toen we er passeerden. We zagen helikopters constant af en aan vliegen met gigantische druppels water hangend aan een koord.
Eenmaal van de autostrade kwamen we terecht in een residentiële wijk met grote witte huizen, allemaal verscholen achter hoge hekken en met netjes geschoren hagen. Daar midden in bevond zich ons hotel en toen we incheckten, kregen we een hartelijke, en tegelijk zeer professionele ontvangst, eindelijk!

Er heerste een losse Caraïbische sfeer rond het zwembad die we ons gewillig lieten welgevallen. In de late namiddag gingen we moedig te voet naar de oude stad van Moraira, volgens de receptionist een wandelingetje van twee kilometer.
Maar het was net hetzelfde als met betogingen in België, waarbij het aantal deelnemers ook altijd verschilt naargelang de bron. Onze wandeling in de ‘blakke’ zon nam uiteindelijk niet minder dan veertig minuten in beslag vooraleer we scheel van de dorst eindelijk het dorp zagen opdoemen.

Heel ‘toevallig’ kwamen we vrienden uit Vilvoorde tegen en samen hebben we de lokale horeca een mooie en vruchtbare avond bezorgd. Moraira blijkt vooral ’s avonds heel levendig, maar qua stoeten en processies kunnen ze wel nog veel van ons Belgen leren. Anderzijds, het vuurwerk dat ze afgestoken hadden om ons hoogst persoonlijk te verwelkomen, mocht er zeker zijn. Tot morgen!

Morgen om 18u30: Een weerzien
Voor de geïnteresseerden:
Les Cases d’Alcanar – Moraira: 290 km
Hotel Swiss Moraira, een ‘Inspired’ hotel, wat dat ook mag betekenen, maar het heeft wel alles wat je mag verwachten.
Tip: ga er niet heen indien je niet houdt van crooners bij het zwembad.









