
Gisteren lieten we Saint Tropez achter ons met een gemiddelde snelheid van 10 km per uur. Joggers, inline skaters en fietsers, allemaal gingen ze sneller vooruit dan wij in die lange file die zich uitspreidde tussen St Trop en St Maxime. Maar dat was niet mijn grootste bekommernis, hoe raar dat ook mag klinken voor iemand die weet hoezeer ik files haat. Mijn grootste zorg was eerder het feit dat voor de eerste keer dit verlof de zon niet steeds van de partij was. En dat was een probleem.
Want de goedgeluimdheid van mijn teergeliefde is één op één gekoppeld aan de weersgesteldheid. Toen de eerste wolken verschenen aan de hemel, zag ik ook direct haar blik bewolken. Door mijn jarenlange ervaring heb ik ondertussen wel geleerd wat ik dan zeker niet moet zeggen. Opmerkingen als “kijk, daar is de lucht al blauwer” of “het is toch warm” heb ik vroeger geprobeerd maar dat doe ik nooit meer. Als blikken konden doden, was ik al 10 keer bij St Pieter geweest.
Ik kon dus alleen maar hopen dat het beter weer zou zijn in Vence, onze volgende bestemming, ideaal gelegen dicht tegen de hotspots van de Côte d’Azur zoals Cannes, Nice en Antibes. Maar helaas, niets was minder waar. De airco in de auto was daardoor plots niet meer nodig want de temperatuur op de passagiersstoel naast mij zakte tot onder het vriespunt.

Ons hotel zag er nochtans heel goed uit, zelfs zonder zon. Maar dat volstond niet voor mijn teergeliefde die er zo treurig bij zat dat het personeel en de andere hotelgasten haar allemaal kwamen troosten. Een uitstapje zat er niet in en we hebben dus de toevlucht genomen tot een siesta met de krekelzangen op de achtergrond en een cappuccino binnen handbereik. ’s Avonds zijn we gaan eten in het historische centrum van Vence, en ja hoor, we zijn terug te voet gegaan maar deze keer was het een piece of cake.

De anticlimax van de avond moest echter nog komen. We hebben gisteren weer twee harde levenslessen geleerd. De eerste is: als je aan iets twijfelt, doe het dan niet. En de tweede, nog veel belangrijker, is: als je eten vreemd ruikt, geef het dan terug of betaal het, maar eet het zeker niet op.

Toen de bovenstaande Salade Niçoise ons werd gebracht door een glimlachende dienster, trokken mijn teergeliefde en ikzelf bijna simultaan onze neusvleugels op. De “signature dish” van de streek rond Nice verspreidde een geur die we niet konden identificeren, maar het waren alleszins geen meiklokjes. Na lang twijfelen en voorzichtig proeven langs beide kanten, besloten we dat het een lokaal kruid moest zijn en werd de sla soldaat gemaakt. Daarna kwam nog een eigenaardige combinatie op mijn bord:

Bonen en steak, moet kunnen, maar die combinatie leek me toch wel speciaal. Toen we de wandeling terug naar het hotel aanvatten, gebeurde er voor de tweede maal iets simultaan bij ons beiden. Alletwee konden we niet snel genoeg terug in onze kamer zijn. Niet door allerlei onkuise gedachten, maar door een andere, minder leuke drang. Beiden wilden we zo vlug als het kon een dringend bezoek brengen aan het kleinste kamertje. Het chocolaatje dat ons lag op te wachten op ons kussen hebben we niet durven opeten.
Morgen: Het parfum











Zijn jullie in Le Cantemerle? Wij hebben indertijd lekker gegeten bij Auberge des Seigneurs, maar dat is al wel lang geleden. Geniet er van maar vertrouw op jullie neus!😉
LikeGeliked door 1 persoon
Ja dat klopt, we zijn in Le Cantemerle, en we gaan inderdaad vertrouwen op onze neus, daar mag je zeker van zijn!
LikeLike