
Gisteren vertrokken we in Jasper voor een rit van 314 km naar Clearwater en die stad ligt in een andere tijdzone. Het tijdsverschil van acht uur met thuis werd daardoor negen uur en onze nachtrust was al danig verstoord!

Onderweg passeerden we de hoogste berg van de Canadese Rocky Mountains, Mount Robson, zo’n 4.000 meter hoog.

Ondanks de slechte timing van ons verlof om de zalmentrek te kunnen zien, hoopte ik er stiekem op om er enkele aan deze waterval aan te treffen maar het werd noppes..

Wat vooral opviel bij die waterval waren de bloemen en die spraken voor zich.
We zetten onze weg verder en om even de benen te strekken, stopten we in het onooglijke dorpje Valemount en dronken we een koffie in een leuke zaak, gerund door moeder en dochter. Ze noemden me Buddy en ik weet niet wat ik daarvan moet denken want dat zeggen Canadezen ook tegen hun hond.


Omdat het dag zes van onze reis was en we nog steeds geen beren of moose gezien hadden, besloten we experten in te schakelen.

We reden over een oude houten brug, een verroeste spoorweg met één rail en kwamen terecht op een unieke en zeer afgelegen plek.

Daar organiseert een groep jonge mensen safari’s op het water met het doel beren en ander wildlife te spotten. Ideaal voor ons!

In een soort elektrisch aangedreven longtail boot voeren we met een bont gezelschap het meer op en iedereen keek enthousiast uit naar wat we te zien zouden krijgen.

Tussen de ‘huntings’ door vertelde onze gids allerlei zaken over welke dieren er wonen en over het meer dat in de winter gewoon leegloopt.

Dat was best interessant allemaal maar het ging ons natuurlijk om dieren spotten. Maar hoe veel we ook de oevers afspeurden met z’n allen, met verrekijkers en grote cameralenzen, we kregen nul op het rekest.

Tijd voor plan B dus. We stapten over op een klein speedbootje en voeren de bochtige Mud Creek in waar de organisatoren al verschillende keren moose hadden zien drinken en beren rode bessen zien eten.

Onze stuurman, die door de anderen aan ons werd voorgesteld als een kiwi (afkomstig van Nieuw -Zeeland), heeft echt zijn best gedaan en ons verschillende malen geluidloos door de Creek laten drijven maar jammer genoeg zonder resultaat. Zucht.

Onze enige ‘buit’ van de dag was een visarend op de top van een boom. Maar ik vraag me af of het wel een echte was want die zat er aan het begin van de tocht en ook nog op het einde en hij had geen millimeter bewogen.
Na onze vruchteloze zoektocht hadden we nog een rit van ongeveer een uur voor de boeg.

Die verliep vlot en met de eerste duizend kilometer op de teller reden we uiteindelijk tamelijk laat op de dag Clearwater binnen.
Toen we aan de receptie van het hotel arriveerden, hing er een lekkere curry geur. Toen we vroegen waar het centrum was, kregen we als antwoord dat er geen centrum was, enkel wat huizen hier en daar. Wablieft?
Gelukkig was er een restaurant op wandelafstand waar ze schijnbaar wisten dat ik eraan kwam gezien de grote keukenrol die op tafel stond.

Het gedurende 16 uur gerookte comfort food, de grappige country muziek en het feit dat we voor de eerste keer buiten konden eten, hielp ons om de beren snel te vergeten.

Tot morgen!
Morgen: de ontmoeting
Ons hotel: Wells Gray Inn, gelegen naast een groot kruispunt van highways, doordrongen van de geur van Indische curry maar helemaal in orde, perfecte relatie prijs kwaliteit!
Het restaurant:










