Geen Canada Dry voor ons gisteren. Het was aan het regenen toen we Banff achter ons lieten en koers zetten naar Jasper. Maar gelukkig hadden we een mooi vooruitzicht: een lange rit over de Icefields Parkway,

Die weg wordt algemeen beschouwd als een van de mooiste wegen ter wereld omwille van de omringende landschappen, de tientallen gletsjers en de prachtige meren. Van dat laatste kregen we al snel een voorproefje maar niet precies hoe we het ons ingebeeld hadden.

Het was gisteren 31 mei en Bow Lake was nog steeds half bevroren. Schitterend spektakel, dat wel, maar die lage temperatuur kwam toch een beetje als een verrassing.

En het werd nog wat specialer want toen we aankwamen ter hoogte van Peyto Lake lagen er nog echte sneeuwbanken op ons te wachten. Ok, we bevonden ons natuurlijk wel op meer dan tweeduizend meter hoogte.

Niet enkel sneeuwbanken wachtten ons op maar ook de uitdaging van een besneeuwde helling naar het uitkijkpunt over Peyto Lake en dat bleek geen akkefietje. Meer glijdend dan stappend kruisten we vele eveneens verraste toeristen, sommigen zelfs in korte broek.

Na lang zwoegen bergop, en met koude handen want geen handschoenen, geraakten we heelhuids boven. Daar konden we genieten van het uitzicht op een prachtig meer en een weids landschap, Weliswaar vanuit de verte deze keer want we wilden het lot niet tarten door het glibberige pad naar beneden aan te vatten.



De Icefields Parkway is 232 km lang maar je doet er eigenlijk een hele dag over want er zijn zoveel interessante stops direct langs de weg. Bijvoorbeeld Mistaya Canyon.

De Mistaya rivier wordt gevoed door smeltende sneeuw en het kolkende water passeert daar aan 15 kubieke meter per seconde door een smalle kalksteenkloof, best indrukwekkend.

Een volgende stop die we aandeden was de Athabasca gletsjer. Tijd voor een kop koffie met een uitzicht op een gletsjer waarvan het smeltwater naar liefst drie oceanen stroomt en die voor drinkwater zorgt voor miljoenen mensen stroomafwaarts.

Jammer genoeg heeft hij zich de laatste 125 jaar al anderhalve kilometer teruggetrokken en dat is geen goed nieuws.

Even verderop, zomaar op nog geen vijf meter van de weg, deze kleine maar sympathieke waterval.

Dat kon zeker niet gezegd worden van de Sunwapta Falls, veel groter en krachtiger, maar ook het panorama errond deed de monden openvallen.


En toen zat de Icefields Parkway erop. We hadden het nog niet eens beseft dat er op die 232 km geen bereik voor de gsm was. Een unieke ervaring die we nooit zullen vergeten.

Het werd dus tijd om in te checken bij ons tweede hotel dat zich in Jasper bevindt, in de winter een bekend ski-oord.

Net zoals Canmore is deze stad geen partij voor Banff maar ‘s avonds troffen we er wel een leuk restaurantje aan met de meest uiteenlopende gerechten op het menu.

Geïnspireerd door de banden met het Verenigd Koninkrijk stond er zelfs glutenvrije Fish & Chips op de kaart en dat liet ik me geen twee keer zeggen!

Tot morgen!
Morgen: het zwarte woud
Ons hotel in Jasper: Chateau Jasper, lang en bruin, als een gigantische reep melkchocolade
Jasper downtown: een of twee straten met wat oubollige restaurants, een coffeebar, een supermarkt en het vervelende lawaai van een traag rijdende vrachttrein met roestige containers.









